Kater

Ik had een kater. Dat was even geleden, dat ik een kater had, maar dit keer was het anders. Sowieso had ik niet verwacht om wakker te worden met een kater in een alcoholvrije maand, maar goed, dat soort dingen gebeuren. Daar kan je weinig aan doen.

We gingen naar een bijzonder restaurant. We hadden iets te vieren. Er was familie en alle kinderen waren ondergebracht op tijdelijke adresjes. We waren voor vierentwintig uur ontsnapt aan de dagelijkse realiteit. Dan gelden de regels niet. Dan moet je eigenlijk regels willen overtreden. De chef kwam aan onze tafel staan en bereidde ons voor op wat hij een culinaire reis noemde. Hij had zelfs de bijbehorende vliegtickets van deze reis geprint. De wijnen zouden van uitmuntende kwaliteit zijn, dat voelde je aan alles. Hoe vaak kan je nou wijnen drinken van uitmuntende kwaliteit?

Ja, hoor, doet u maar het wijnarrangement. Zes gangen, dat moest wel kunnen. Dat bijna de hele tafel vroeg om een arrangement met halve glazen, vond ik flauw. Als je het doet, moet je het ook goed doen, toch? Mijn zwager liet mij kiezen. ‘Ik doe wat jij doet,’ voerde hij de druk op. Ik kon hem niet laten zitten. Doet u ons maar hele glazen. Wat ik niet had voorzien was dat er gaandeweg het diner aperitiefjes, amuses en complete gangen bijkwamen. In totaal dronk ik negen, dure glazen. Moest kunnen, volgende week ga ik weer wandelen hoor.

Hoe ik die avond in bed was beland wist ik niet meer, maar de volgende dag werd ik nog dronken wakker. Duizelig, misselijk en met een venijnige hoofdpijn probeerde ik op te staan. Water, kreunde ik. Irene bracht water met een strip paracetamol erbij. Daarna ging ze zwemmen. Een uur lang probeerde ik me tevergeefs een houding te geven. Alles was zwaar, zelfs in bed liggen. Muziek luisteren maakte me misselijker. Ik hoorde het suizen van mijn bloed over de muziek heen. Ik strompelde door de kamer. Stootte mijn teen. Bladerde door de Michelingids die er lag, waar het restaurant met een ster in stond, maar de kleine letters begonnen voor mijn ogen te dansen. Hiervan moest ik een kwartier bijkomen in bed. Overgeven zou verlossing brengen, maar het lukte me niet.

Over twee uur zouden we ter afsluiting een vijfgangen ontbijt hebben. Hoe ging ik dat overleven? Het gaat me niet lukken, jammerde ik. Ik voelde me schuldig en zielig en klein. Irene was veel begripvoller dan ik verdiende. Wandelen, ik moest wandelen. We gingen samen naar buiten en liepen drie kwartier door de bossen. Dat hielp een beetje. Het was prachtig weer die zondagochtend. Op de golfbaan was het druk. Ik zag groepjes mannen met handschoentjes en golfstokken in de weer. Het gras was knalgroen. Ik wilde opeens ook leren golven. Wat een relaxte sport, dacht ik. En je haalt meteen je dagelijkse 10.000 stappen.

Ik liet vier van de vijf gangen van het ontbijt aan me voorbij gaan. Ook de jus d’orange liet ik na een slok staan. Deze was zo zuur dat ik meteen opstond en een kwartier op de wc zat om bij te komen. Ik sneed een croissant in piepkleine stukjes en at die een voor een op. Ik pikte het fruit uit een hangop met sabayon en liet de rest staan. Er kwam nog een etagère vol met gerechtjes. Och, kijk nou toch eens wat mooi, kreunde ik. En wat jammer dat ik er niks van ga eten. Na het ontbijt, toen ik weer in beweging kwam, klaarde mijn hoofd op. Het was tijd om naar huis te gaan. Katers, ze worden zeldzamer en zeldzamer in deze periode van mijn leven, maar wel steeds duurder.

Framboos, xoco chocolade, anijs

8 september 2025