Dak

Ik opende de deur en op de stoep stond een man met een gasbrander in zijn hand. Hij vroeg of hij boven mocht komen. Een paar huizen verderop hadden ze last van lekkages op zolder, maar daar was geen doorgang naar het dak. In ons huis, zo had de man met de gasbrander gehoord, was wel een doorgang naar het dak. Hij moest op het dak zijn om de lekkages te repareren. Hij vroeg opnieuw of hij naar boven kon komen. De man praatte snel. Ik twijfelde. Hij haalde een pasje uit zijn kontzak en drukte het in mijn hand. Ik zag zijn pasfoto en wat gegevens ernaast, maar in plaats van deze te lezen bleef ik hem in de gaten houden. Hij zei dat ik het pasje wel bij me mocht houden terwijl hij op het dak bezig was. Ik keek hem even aan, liet hem merken dat ik twijfelde, en liet hem toen door. Hij pakte een leren tas van de grond, die ik helemaal niet had zien staan, en liep voor me de trappen op. Er rommelde van alles in de tas. Ik wees hem op de ladder en het luik naar het dak. Hij verdween naar buiten met zijn spullen. In mijn kantoor maakte ik vlug een fotokopie van het pasje. Daarna bleef ik in het trappenhuis staan wachten tot hij terugkwam. Door het open luik kon ik de gasbrander duidelijk horen.

11 april 2014