Vader (3): kinderen

Mijn moeder wilde niet per se kinderen. Dat vertelde mijn vader me op een avond. Dit is het verhaal dat hij vertelde.

Op haar dertigste verjaardag vroeg mijn vader voorzichtig aan mijn moeder of het al tijd was. Mijn moeder haalde haar schouders op. Ze waren nu toch bijna zes jaar getrouwd, analyseerde mijn vader, de financiële situatie was in orde en ze waren nog jong. Zij was nu 30, hij 27.

Je bent toch wat conservatiever dan ik dacht, zei mijn moeder om hem te plagen. Dat vond hij niet leuk om te horen. Conservatief, dat waren zijn ouders. Hij zou het allemaal anders gaan doen.

Mijn vader had zich voorgenomen om geen oude vader te worden, net zoals zijn eigen oude vader. Hij wilde sowieso niet worden zoals zijn vader. Hij wilde het goed doen.

Mijn moeder was het om het even. Als jij kinderen wil, zei ze, en ze nam een slok van haar wijn.

Mijn vader zette een plaat op van The Beatles. Zelf hield hij meer van The Rolling Stones.

The Beatles, over conservatief gesproken, zei mijn vader hoofdschuddend tegen mij die avond meer dan dertig jaar later. Mijn moeder was toen al dood.

Maar op de muziek van The Beatles hadden ze al vaker gedanst. Of nou ja, gedanst, hij sleurde mijn moeder mee de vloer op en maakte haar aan het lachen met rare, ongecontroleerde bewegingen. Daarom hield ze van hem, om die energie en die rare impulsiviteit, die ze zelf miste. Zonder mijn vader zou ze in haar leven nergens toe komen, dacht ze.

Een jaar later werd ik geboren. Mijn moeder was blij met me. 

Drie jaar later werd mijn zus geboren. Mijn moeder was ook blij met haar.

Mijn vader was ondertussen zijn baan verloren. De financiële situatie was niet meer op orde. Mijn moeder moest de rest van haar leven in een fabriek gaan werken om ons gezin te onderhouden. Al die tijd was ze nog steeds blij met ons.

Toen ik mijn vader vertelde dat ik mijn eerste kind zou krijgen, zei hij: dan ben je vanaf nu de rest van je leven bang. Bang dat ze iets zal overkomen.

Ik vroeg of hij er spijt van had, van kinderen op de wereld zetten. Toen vertelde hij het verhaal dat mijn moeder niet per se kinderen wilde.

21 april 2021

Vader (2): Lage Zwaluwe

Mijn vaders favoriete dichtregels zijn van Jules Deelder. Ze komen uit het gedicht Cloud 9, geschreven in 1966. Mijn vader was toen 13. Dit zijn de dichtregels:

Triestheid,

die je soms misselijk maakt met z’n alledaagse

verrassingen. Bijvoorbeeld

op het station in Dordt, toen ik, wachtend

op de trein naar Rotterdam, aan de andere kant

dat bord zag: ‘Stoptrein richting Lage Zwaluwe’

en bij mezelf dacht: ‘Stel je voor,

dat je daar in moet!’

Mijn vader is geboren in Lage Zwaluwe in een huisje tegenover het station.

Lage Zwaluwe zelf is een dorpje van waaruit je zo de Biesbosch in kan varen. Het gelijknamige station ligt, gek genoeg, vijf kilometer verderop. In the middle of nowhere, zoals mijn vader altijd zei. Het is een overstapstation. Niemand stapt daar ooit uit, omdat hij op die plek iets te zoeken heeft. Dat hadden Jules Deelder en mijn vader al vroeg door.

Er was daar niks en er is daar niks. Dat zei hij altijd. Mijn vader vond het belangrijk om de triestheid van zijn geboortegrond te benadrukken, alsof dat het een en ander zou verklaren. Alsof daarmee de oorsprong van een levenslange triestheid kon worden aangewezen.

Lang heeft hij er niet gewoond, in dat huis tegenover station Lage Zwaluwe. Maar misschien was het lang genoeg.

De rampspoed trof mijn vader al jong, zoals hij zelf zou zeggen. Op zondag 1 februari 1953 was hij twee maanden oud. Die ochtend vroeg werd zijn vader, mijn opa, gewaarschuwd door de buurman. Er waren dijken doorgebroken. Opa kleedde zich aan en liep een eindje in de richting van het Hollands Diep om zelf poolshoogte te nemen. In eerste instantie zag hij niks bijzonders. Het water in de sloten stond nog op een normaal peil. Hij liep nog een stukje verder en toen hoorde hij het geruis. Het geluid kwam van ver, maar het was onmiskenbaar. Het water kwam eraan.

Toen ging alles heel snel. Opa rende terug naar huis, rolde zijn drie kinderen in dekens en bracht ze een voor een naar het café-hotel aan de overkant van de straat. Dit stond op een heuvel en lag daarom een meter hoger. Bij de tweede oversteek die mijn opa maakte, stroomde het water al in zijn laarzen.

Anderhalve dag verbleef het gezin op de zolder van het café-hotel. Het water bleef intussen stijgen. Op maandagmiddag kwam er een bootje voorbijvaren en werden ze gered. De noodopvang was in Breda. Mijn vader kreeg er zijn eerste flesje melk in 36 uur.

Kinderen uit getroffen gezinnen werden opgenomen door gastgezinnen. Er was veel belangstelling voor mijn vaders broer Ad. Dat was, zo werd mijn vader later verteld, omdat het een jongetje met donkere ogen en krullend haar was. Ad was altijd al de adonis van het stel.

Mijn vader was nog een baby en bleef bij zijn ouders. Enige tijd later kreeg het gezin een noodwoning toegewezen. Het huis tegenover het station in Lage Zwaluwe was onleefbaar geworden. Daar konden ze niet terugkeren.

De noodwoning stond in Zevenbergschenhoek, een paar kilometer verderop.

Later moest mijn vader nog vaak op station Lage Zwaluwe zijn. Hij fietste erheen om de trein naar Oudenbosch te halen, waar hij naar de LTS ging. Hij ging er op de brommer heen in zijn militaire diensttijd om met de trein naar Arnhem af te reizen. Toen hij mijn moeder had leren kennen, haalde hij haar op van het station. Toen hij de Autobianchi had, hoefde hij er niet meer te zijn.

Er zijn plekken die een leven lang meegaan. Ook al hoef je er op een bepaald moment niet meer te zijn, in gedachten kom je er nog wel. Je kan niet anders, want je draagt de plek met je mee. Mijn vader is geboren in Lage Zwaluwe en daarna is Lage Zwaluwe nooit meer weggegaan.

Ik ben er zelf ook geweest. Toen ik nog veel met de trein reisde, gebeurde het wel eens dat een stoptrein niet verder reed dan Lage Zwaluwe. Dan stond je daar op het perron te wachten tot de storing over was. Er was daar niks, dus je kon geen kant op. Toen had ik het niet door, maar achteraf denk ik aardig te weten hoe mijn vader zich vaak moet hebben gevoeld.

Station Lage Zwaluwe in 1950. Foto: Nederlandse Spoorwegen
13 april 2021

Vader

Op de vensterbank in ons huis staat een foto van mijn vader. Hij is op die foto 20 jaar. Young and angry ziet hij eruit. Later zag hij er alleen nog maar angry uit. Met zijn lange donkere krullen en gekleed in een zwart, fluwelen pak – het was op het huwelijk van zijn zus – zag hij er op zijn twintigste beter uit dan misschien wel ooit in zijn leven. Mijn moeder had hij net leren kennen. Het is niet moeilijk om te zien waarom ze op hem viel.

Mijn vader beschreef die tijd als misschien wel de gelukkigste periode in zijn leven, hoewel ik vermoed dat hij dat ‘misschien’ alleen zei om ons niet te al te zeer te kwetsen. Hij had net zijn militaire dienst in Hattem overleefd: 18 maanden die hem een rijke voorraad aan sterke verhalen opleverde, genoeg voor de rest van zijn leven.

Zijn rijbewijs was in the pocket. Samen met zijn broer Ad had hij zijn eerste auto gekocht. Een Autobianchi voor 300 gulden. De auto had wat aanrijdingsschade, maar verder was hij nog prima in orde. Het voorspatbord was verdwenen, dat was het voornaamste probleem. Een lange en avontuurlijke tocht leidde mijn vader en zijn broer langs allerlei garages, vrienden en collega’s en uiteindelijk tot in de buitenwijken van Rotterdam, waar een kennis nog een sloper kende met een voorspatbord voor een Autobianchi. Hij zette het ding er zelf op en spoot het in min of meer dezelfde kleur.

Hij haalde mijn moeder in zijn nieuwe auto op van haar werk in Breda. Ze reden voor het eerst zelf over de snelweg naar Zevenbergschenhoek. Ze dachten niet aan vroeger, toen het moeilijk was, en niet aan later, wanneer het moeilijk zou worden. Ze dachten: we kunnen nu overal naar toe. Het was het einde van de zomer, 1973.

7 april 2021

De vos

Ik zag een vos. Hij verdween achter de heuvel. Eerst zag ik alleen zijn dikke, bruine staart. Ik wist niet zeker of het een vos was. Ik bleef kijken. Hij kwam terug en toen zag ik hem echt goed. Het was een vos. Hij was prachtig. Hij verdween in een gat in de grond. Vanuit mijn huisje bleek ik zicht te hebben op een vossenhol aan de overkant van de paddenpoel.

Ik zat in een huisje, een blokhut eigenlijk, op het platteland van Groningen. Ik zat daar om te schrijven. Tot nu toe had ik de volgende dieren gezien:

25 maart 2021

Enge film

Ik had vroeger een vriendje dat van enge films hield. Dat was niet zo leuk, want ik hield helemaal niet van enge films. Michel heette hij. Hij was elf en ik werd die dag tien.

Toen ik Michel leerde kennen, waren we jonger en wisten we niet van het bestaan van enge films. We speelden vooral buiten. We deden alsof onze fietsen bussen waren en wij buschauffeurs. We wilden later buschauffeur worden. Op mijn tiende verjaardag speelden we geen buschauffeur meer. Hij was samen met een ander vriendje, Stefan, te gast op mijn verjaardag. Ik had twee vrienden in die tijd.

Michel had bepaald dat we op mijn kamer naar een enge film gingen kijken. Ik maakte me daar al de hele dag zorgen over, maar Michel wilde het per se. Stefan had ik niks verteld, want ik was bang dat hij ook niet van enge films hield en dan niet zou komen. Dan zou er maar één gast op mijn verjaardag zijn. Dat vond ik gênant. Michel zou de film uitkiezen en meenemen.

Nadat we taart hadden gegeten, gingen we naar boven. Michel haalde de VHS-band uit een plastic tas van de videotheek. De film heette Jaws. Hij ging over een killerhaai, vertelde Michel verlekkerd. Ik had er nooit van gehoord, Stefan ook niet. Volgens Michel was het de engste film die hij ooit had gezien. Het zou geweldig worden. Huiverend voor wat er ging komen, duwde ik de band in mijn tweedehands videorecorder en gingen we kijken. Er gebeurde eerst heel langs niks engs. Al die tijd zat ik in spanning, omdat er ieder moment iets walgelijks kon gebeuren. Na een uur zagen we hoe een man in tweeën werd gebeten. Het was heel bloederig. Toen het maar doorging, wendde ik mijn ogen af. Ik zag dat Stefan naast me ineengedoken zat van angst.

Toen de film uit was, ging Stefan meteen naar huis. Michel bleef nog cola drinken. Hij praatte over andere enge films die we moesten zien. Na die dag had ik nog maar één vriend, maar die vriend hield van enge films, dus daar wilde ik eigenlijk niet mee spelen.

24 maart 2021

Klusjes

Er is weinig dat ik meer haat dan klusjes in het huis. Vorig jaar hoorden we opeens op willekeurige momenten een brommend geluid uit het kraantje in de wc komen. Eerst lukte het me om dit te negeren. Toen werd het heviger. Ik probeerde het blijven negeren. Toen kwamen er klagende appjes in de whatsappgroep van ons gebouw. Toen moest ik er iets aan doen.

Ik ging zitten sleutelen aan het kraantje. Toen ik klaar was, hadden we een lekkende waterleiding. Het water spoot eruit. Ik belde een mannetje. Die herstelde de waterleiding en sloot de kraan af. Het geluid was weg. We hadden ook geen kraantje meer in wc. Daar moest weer iemand anders voor gebeld worden. Ik heb ook een hekel aan bellen, dus ik vond het wel goed zo.

Toen viel de kapstok naar beneden. Ik propte de pluggen terug in de gaten en draaide alles weer vast.

Toen viel de wc-rolhouder van de muur. Wat mij betreft legden we die wc-rollen vanaf nu in het wastafeltje. Dat konden we toch niet meer gebruiken.

Toen viel de kapstok weer naar beneden. Laat maar even liggen, jongens, ik heb het druk.

Toen ging het slot van de balkondeur kapot. We konden niet meer op ons eigen balkon komen.

Er zat nog maar een ding op: een nieuw huis kopen. We deden een bod op een ander huis. Dat werd afgewezen, omdat anderen veel hoger hadden geboden.

Gelukkig maar. Want als er een ding is dat ik nog meer haat dan klusjes, dan is het verhuizen.

15 maart 2021

Lockdown

Ik zat op de wc, toen het bericht van de tweede ‘harde’ lockdown binnenkwam. Scholen dicht. Theaters dicht. Bijna alles dicht.

Ik scrolde terug naar het begin en las het bericht opnieuw.

Het was een raar gevoel, maar niet zo raar als afgelopen maart. Dit was niet onbekend. Dit hebben we eerder gedaan. Dit gaat lukken. Ik merkte dat het me lukte de moed erin te houden. De angst en onzekerheid van toen hebben plaatsgemaakt voor kalmte en een lichte vermoeidheid. Ik was klaar op de wc en telde mijn zegeningen.

Gelukkig ben ik vorige week nog naar de kapper geweest.

Een kerstboom kochten we ook al.

Rep en roer in de WhatsApp-groepen van de klassen van de kinderen. De kerstlunch! Maar er werden alternatieven bedacht en materiaal geregeld.

Ik heb dat Marktplaatspakketje dat er nog lag meteen verstuurd. Ik verkocht mijn oude slangenlerenprint laarsjes.

Ik stond in de langst rij die ik ooit voor de Primera heb gezien. Een stuk of twintig wachtenden voor me. Is PostNL niet-essentieel?

Ik haalde alle theaterpremières uit mijn agenda. Drie kerstvoorstellingen gaan niet door. Heel jammer. Ik zocht naar online alternatieven en andere theatrale initiatieven om te recenseren.

Ik begon te schrijven aan dit blogje. Dat voelde goed.

14 december 2020

De wespen

De wespen gebeurden in 1991.

Het was mijn tiende verjaardag. We waren allemaal in de achtertuin. Mijn vader stond worstjes en hamburgers te grillen op de barbecue. Mijn moeder was vrolijk. Er waren ooms en tantes op bezoek en ik was ook vrolijk, want ik had cadeautjes gehad.

De spanning die ik de week in aanloop naar mijn verjaardag voelde, was nu weg. Ik voelde me bevrijd en speelde met mijn zus en neef in de tuin.

Toen gebeurde het.

Mijn neef trapte een bal tegen de dakgoot van de schuur en er kwamen twee ballen terug naar beneden. De andere bal was grijs. Het was een wespennest.

Boze wespen vlogen naar buiten. Ze vielen mijn zus aan en begonnen haar te steken. Ze huilde van de pijn. Mijn moeder trok haar aan haar arm de tuin uit. Iedereen begon door elkaar te roepen en te rennen, terwijl de wespen zich over de tuin verspreiden.

Ik kon me niet bewegen. Ik keek naar de bulten die zich op de armen van mijn zus vormden.

Mijn vader duwde me bruut naar achteren en liep recht op het wespennest af.

Hij goot een fles spiritus leeg boven de grijze bal.

Kalmpjes liet hij zijn brandende sigaret erop vallen.

Een steekvlam laaide op, vlak langs zijn blote arm.

Brandende wespen vlogen uit het nest en terwijl mijn zus huilde en mijn moeder schreeuwde, draaide mijn vader zich naar me om, zakte door zijn knieën en zei: Verbrand alles dat pijn doet.

30 juni 2020

Een brief aan de burgemeester

Er staat een interview met Joop van den Ende in de krant. Hij blijkt alweer 78 te zijn.

Een tijdlang was ik fan van Joop van den Ende. Het hoogtepunt van die periode was in 1989. Joop van den Ende had toen verregaande plannen om TV10 op te richten. ‘Het sterrennet’ was de slogan. Alle grote sterren van de Nederlandse televisie gingen met Joop mee naar TV10: André van Duin, Ron Brandsteder, Henny Huisman, Jos Brink. Al deze sterren presenteerden grote spelshows bij de omroepen, zoals Wedden, dat..? en Ron’s Honeymoonquiz en de Surprise Show. Mijn ouders vonden al die shows verschrikkelijk. Ik keek ze allemaal. Op de zaterdagavonden dat ze werden uitgezonden, mocht ik een uur langer opblijven.

Ik was acht in 1989. TV10 zou nog veel meer van dit soort spelshows gaan uitzenden. Ik was extatisch van vreugde.

Maar toen kwam het bericht dat TV10 niet mocht uitzenden van de regering. Mijn ouders ontvingen een brief van de kabelmaatschappij met daarin de mededeling dat wij misschien gehoord hadden van de plannen van Joop van den Ende, maar dat zij de zender niet mochten toevoegen aan het zenderpakket.

In het nieuws hoorde ik dat alle sterren hun ontslag bij de omroepen al hadden gekregen. Die zaten nu allemaal zonder werk! Het leek erop dat er geen enkele spelshow meer uitgezonden ging worden. Ik was tot tranen toe teleurgesteld.

In een ultieme poging om het tij te keren, schreef ik een brief aan de burgemeester. Ik geloof dat het een idee was van mijn vader, maar dat weet ik niet zeker.

Ik dicteerde. Mijn vader schreef dat ik fan was van alle sterren van TV10 en dat ik het verschrikkelijk zou vinden als die niet meer op tv zouden komen. Ik deed de brief zelf in de brievenbus.

Een paar weken later kreeg ik een geprinte brief terug. Hij was van de burgemeester zelf. Hij schreef dat hij zelf ook fan was van André van Duin en dat hij mijn teleurstelling daarom goed begreep. Hij dacht wel dat de sterren vast en zeker ergens op televisie zouden terugkeren, maar niet bij TV10, want dat was een verloren zaak.

Een aantal maanden later keek ik naar André van Duin op RTL4. De burgemeester had gelijk gekregen. Alles kwam toch nog goed, behalve voor Joop van den Ende. Daar moet ik nu altijd aan denken als ik Joop van den Ende zie.

23 juni 2020

Een airco kopen op Marktplaats

Ik reed naar de Spaarndammerdijk om een mobiele airco te kopen.

Ik had contact gelegd met ene Rob op Marktplaats. Hij had twee mobiele airco’s te koop. Ze waren vorige zomer maar twee weken gebruikt. Nu deed hij ze voor de helft van de aankoopprijs weg, omdat hij een split-unit airco had gekocht. Het leek me bijna te goed om waar te zijn.

Nu heb ik inmiddels enige ervaring met handelen op Marktplaats, dus weet ik waar ik op moet letten.

Deze Rob had geen achternaam. Zijn telefoonnummer, e-mailadres en bankrekeningnummer waren niet geverifieerd door Marktplaats. Hij had geen enkele recensie van andere gebruikers. De beschrijving van zijn airco’s bestond uit twee korte regels tekst. En, opvallendst van allemaal: alle foto’s waren screenshots van Coolblue. Hij had geen enkele foto van de daadwerkelijke airco die hij verkocht online gezet.

Maar ik zag een koopje en wilde niet zo makkelijk opgeven.

Ik legde contact en vroeg of hij foto’s had van de airco’s die hij verkocht.

Hij reageerde onmiddellijk. Kan niet, zitten nog in doos.

Kon ik dan een foto zien van de doos? Om te zien dat ze echt zijn.

Nu duurde het wat langer voordat hij reageerde. Na vijf minuten dacht ik dat hij me in de steek had gelaten, omdat ik hem had betrapt.

Tien minuten later kreeg ik een foto van een enorme doos van Coolblue ergens in een gangpad.

Je hebt gelijk hoor, je kan niet voorzichtig genoeg zijn, meldde hij ook nog.

Dat vond ik verdacht klinken, maar dat ligt misschien aan mij.

Toen ik de foto uitvergrootte, dacht ik in de achtergrond een kantoor te ontwaren. Dat maakte de lage prijs en de in alle haast geschreven advertentie al iets waarschijnlijker.

Ik zei dat ik er een wilde kopen en vroeg zijn adres. Dat zocht ik op Google Maps en een klik later stond ik op de Spaarndammerdijk binnen in het accountantskantoor van iemand de Rob heette. Ik googelde zijn volledige naam en kreeg verschillende foto’s van Rob te zien. Hij stond nog net niet naast een airco.

De volgende dag reed ik naar Rob. Ik kocht de mobiele airco. Hij hielp me het loodzware ding in de auto te tillen. Als hij thuis onverhoopt niet meer werkte, moest ik maar een gil geven, dan kon hij een retourbon aanmaken. Fluitje van een cent, hij werkte immers op een administratiekantoor. Ha ha.

Hij zwaaide me uit, toen ik wegreed.

Die middag testte ik de airco. Hij deed het voortreffelijk. Ik gaf Rob zijn eerste vijfsterrenrecensie.

20 juni 2020