Voorlinden

Vandaag naar museum Voorlinden met Irene. Prachtig landgoed. Veel moderne kunst gezien. Ik hou vaker niet van moderne kunst dan wel. Aanstellerig, wil ik bij veel ervan zeggen. Antony Gormley had wel mooie dingen. Simpele vormen: mannetjes vooral. Deze beelden stonden ook in de tuin. En ook geometrische vormen. Een kamer lag vol met acht kilometer aan stalen lint. Je moest erdoorheen klauteren om aan in de volgende kamer te geraken.

In het café dronken we twee pinot grigio. We aten garnalenbitterballen. Er waren wespen. Maar toen de mensen naast ons gebakjes op tafel hadden, trokken ze daarheen. Het was gezellig. Toch had ik me in het museum te vaak als een lul gedragen door cynische opmerkingen te maken over de kunst of chagrijnig in een hoek te gaan staan wachten tot Irene klaar was. Toen we wijn dronken werd ik vrolijker, maar dat was eigenlijk te laat. Waarom kan ik op zo’n dag niet eerder tot rust komen? Ik moet beter leren omgaan met veel indrukken tegelijkertijd. Niet zo gevoelig zijn de hele tijd en afzeikhumor gebruiken als schild. Maar de wijn deed zijn werk, brak met gemak door dat schild. We maakten grapjes over de slechte bediening. Het weer was goed, niet te koud en niet te warm.

25 juli 2022

Stroom

De stroom was uitgevallen. De hitte van de zomer was inmiddels overal: in het huis, in de auto, in de slaapkamer, in mijn kop.

We reden vandaag op en neer naar Oss voor een tentoonstelling van een moderne kunstenaar. Erwin Wurm heet hij, wat een goede naam is voor iemand met zijn soort kunst: naïef en simpel en met een nadruk op spelen. Ik dronk een Messentrekker in het cafeetje bij het museum. Speciaalbier uit Oss. Ik leerde dat Oss de bakermat is van de anticonceptiepil, dankzij het beursgenoteerde bedrijf Organon. De seksuele revolutie begon in Oss.

Onderweg naar huis, in een auto die zelfs op de hoogste stand van de airco niet meer goed te koelen was, kon ik mijn ogen moeilijk openhouden. Ik liet niks merken aan vrouw en kinderen. Thuis was de stroom uitgevallen. Ik dronk twee glazen rose. Toen drukte ik de schakelaar van de stop terug op zijn plek.

24 juli 2022

Zwemmen

Irene was de hele dag zwemmen in een meertje ergens bij Spaarndam. Het was een cursus borstcrawl, mijn cadeau voor haar 39e verjaardag afgelopen januari. Ik was de hele dag met de kinderen. De eeuwige vraag: wat gaan we doen? Zwemmen was hun antwoord.

Ik was die ochtend opgestaan met nekpijn, ik was moe, ik had geen zin, maar dat zijn dingen die allemaal over gaan. Toch kwam ik er niet in. De kinderen waren kinderen. De weerstand, de constante stroom aan vragen en eisen, de ruzietjes, de dramatiek van een vijfjarige, alles bij elkaar was het te veel. Ik ging kopje onder. De kinderen niet. Die spartelden en spetterden vrolijk door. Voor hun was alles spel, leek het. Ik dreef ernaast en keek ernaar.

Middelbare leeftijd is zwemmen in troebel water, een mysterie, een mystificatie. Dat laatste las ik in The journals of John Cheever, waar ik die avond in begonnen was. John Cheever is de meest eenzame man die ik ken. Ik hou van zijn werk.

23 juli 2022

Verkeerd

Ik reed verkeerd en belandde in een lang lintdorp in Noord-Holland genaamd Graft. De Hoofdstraat was precies breed genoeg voor een auto. Maar het verkeer kon twee richtingen op. Dus soms stond ik stil tegenover een tegenligger en moest een van ons achteruit tot een inrit of zijstraat waar we konden passeren. Ook stonden er overal auto’s geparkeerd. Ik schampte twee buitenspiegels met mijn eigen buitenspiegel. In mijn achteruitkijkspiegel zag ik een touringcar mij naderen. Hoe die zich door dit dorp wurmde, wist ik niet. Mijn handen waren bezweet. Ik werd bevangen door een hevige verkeersclaustrofobie. Ik ben een snelwegrijder. Dorpjes trek ik niet.

Toen ik eindelijk bevrijd was, gaf ik extra gas op de dijken. Ik stopte bij een gemaal, waar ik een theatervoorstelling zag. Terug naar huis nam ik de snelweg. Er was een ongeluk gebeurd bij een afrit. Het was nog maar net gebeurd, want over meerdere rijstroken lagen auto-onderdelen. In de berm stonden een paar mensen. Ze lachten. Ze zullen opgelucht zijn geweest. Het kan altijd erger.

1 juni 2022

Twitter

Ik had een stukje geschreven in de krant en daarna vonden mensen op Twitter mij een lul. Zo gaat dat soms. Ik heb dat vaker gezien. Maar vooral bij andere mensen. Stukjes over theater maken mensen kennelijk niet kwaad. Dit stukje ging niet over theater, maar over geld. Geld is blijkbaar een controversiëler onderwerp dan theater.

Mensen op Twitter vonden mij een lul die neerkeek op arme mensen. Ik probeerde bij sommigen dat foutieve beeld bij te stellen, maar dat bleek onbegonnen werk. Mensen op Twitter zijn niet echt boos. Ze zijn zich aan het profileren. En elk bericht dat je ze stuurt om hun foutieve aannames te corrigeren, gebruiken ze als een nieuwe mogelijkheid om zich te profileren. Na een tijdje besloot ik te stoppen om al die mensen te helpen zich te profileren. Ik klapte mijn laptop dicht en ging wandelen. Ik zag een moeder en een kind hun poes uitlaten aan een halsbandje. De poes was grijs en zwart en wit.

24 mei 2022

Jeugdvriend

Zaterdagmiddag haalde ik een jeugdvriend op van station Sloterdijk. Op een terrasje spraken we over mensen die we kenden die overleden waren en over mensen die we kenden die we al jaren niet gezien hadden. Waar we het over eens waren: als wij elkaar zien, soms na vele maanden, dan gaat het gesprek dat we al dertig jaar voeren gewoon weer door vanaf de zin waar we de vorige keer gebleven waren. We stelden ons voor dat onze kinderen, als ze groot zijn, elkaar zouden ontmoeten in het café waar wij nu zaten en het over ons zouden hebben. Wat zouden ze dan over ons zeggen? Dat we oud geworden zijn, waarschijnlijk. Dat de wereld veranderd is en wij niet. En dat dat goed is.

23 mei 2022

Opgesloten

Ik liep over de Oude Vest, terug naar de auto, en de huizen deden me denken aan vroeger. We kwamen vaak in Breda. Een keer per maand gingen we er winkelen. Dan gingen we naar de Zeeman voor kleding voor mij, naar de C&A voor kleding voor mijn ouders en nog even naar de Voordeelboekenwinkel voor misschien iets leuks.

Een beeld flitste door mijn hoofd: ik achterin de auto, naar buiten kijkend, gefascineerd door de grote stad. Er zaten raamstickers op mijn raam. Mijn vader reed vloekend rondjes over het parkeerterrein bij het Chassé Theater, op zoek naar een gratis parkeerplek.

Gratis parkeren kan al lang niet meer in het centrum van Breda. Het Chassé Theater is afgebroken en opnieuw opgebouwd. Ik zag er deze avond een voorstelling over eenzaamheid. Ik dacht tijdens het kijken soms aan mijn vader. In de parkeergarage raakte ik opgesloten. De rolpoort ging niet meer open toen ik er met mijn auto voorstond. Hij bleek om tien uur te sluiten. Ik zat voorin de auto, achter het stuur, en dacht dat ik klaar was om Breda te verlaten.

20 mei 2022

Zonnebril

Ik had een week geleden mijn zonnebril laten liggen in De Kleine Komedie en fietste er nu heen om hem op te halen. Mijn dochter ging mee en zat achterop de fiets. Dit was de eerste keer in haar leven dat ze in de binnenstad was. Ik herinnerde me de eerste keer dat ik in de binnenstad van Amsterdam was: Ik was 15 en mijn vader wilde heel graag de hoerenbuurt zien.

Op het Rokin werden we tegengehouden door politieagenten. We zagen een groep mensen demonstreren. Ze droegen Palestijnse vlaggen en riepen: free Palestina. Mijn dochter vond het boeiend en wilde blijven kijken. Ze vroeg waarom die mensen een optocht hielden. Ik probeerde het Israëlisch-Palestijns conflict uit te leggen. Ze vond het maar zielig voor die mensen.

Bij De Kleine Komedie hadden ze mijn zonnebril in een envelop gedaan en mijn naam erop geschreven. Ik vertelde het meisje bij de kassa hoe blij ik was dat ze hem gevonden hadden. Ik had de hele week lopen zoeken. Ze zei droogjes dat een zonnebril wel handig is om te hebben. Toen we buiten stonden zei mijn dochter dat ze de mensen uit Palestina wel zielig vond, maar dat ze de mensen uit Oekraïne toch zieliger vond. Onderweg naar huis kochten we ijsjes.

17 mei 2022

Kind kwijt

Ik was een kind kwijtgeraakt. Het kind was niet van mij. Dat maakt het niet erger of minder erg. Hoewel ik me nog goed herinner dat ik een keer een kind van mezelf was kwijtgeraakt en toen was ik wel hysterischer dan deze keer.

Het kind bleek in de speeltuin aan de overkant van het water te zitten. Daarvoor hadden we 10 minuten lopen zoeken in de gangen bij de bergingen, het trappenhuis, de straat, op het parkeerterrein en om het blok. Ik voelde mijn hartslag omhoog gaan tijdens die 10 minuten. Doemscenario’s schoten door mijn hoofd. Iets niet weten is oneindig veel erger dan iets ergs wel weten. Het jaar dat mijn moeder steeds zieker werd was veel erger dan het eerste jaar na haar dood.

Ik sprak het kind streng toe. Nooit meer zomaar weglopen. Niet te streng, want het was niet mijn eigen kind. Hij antwoordde dat hij geen moment bang was geweest. Hij wist heus wel waar ons huis was. Hij had ieder moment zo terug kunnen lopen. Volgens hem was er niks aan de hand geweest.

12 mei 2022

Mc

We reden terug uit Duitsland. Bij Barneveld was een McDonald’s, zag ik. De kinderen werden altijd blij van een McDonald’s. Dit was een goed moment voor de weg van de minste weerstand.

Eerst kon ik de oprit naar de McDonald’s niet vinden. Ik moest een paar kilometer omrijden. Het parkeerterrein was bijna helemaal vol. We liepen langs een lange rij auto’s die voor de McDrive stonden te wachten. Binnen stonden rijen mensen voor de bestelcomputers. De kinderen keken angstig om zich heen. Irene doorliep vier keer het hele bestelproces, terwijl ik op adem kwam. Gelukkig was er achterin het luidruchtige restaurant een tafel vrij. Daar zaten we te wachten op ons eten. We keken naar alle andere mensen.

De kinderen moesten naar de wc. Ik ging mee. Bij de dames-wc was het wc-papier op. Ik zei tegen mijn dochter dat ik wat ging halen bij de heren-wc. Daar stond mijn zoon te plassen. Moet je kijken, zei hij. Op de bril van de heren-wc lag allemaal poep. Door de hele ruimte was wc-papier gestrooid.

Ik wist niet wat ik moest zeggen. Zoveel lelijkheid achter elkaar had ik in tijden niet gezien. Mijn zoon keek me aan. Hij keek treurig, alsof hij hetzelfde dacht als ik. We waren op de een op andere manier via een verkeerde afslag in een ander universum terechtgekomen. Een universum waar alles lelijk is. We moesten hier maar snel weer weg. Die avond waren we blij dat we thuis waren.

11 mei 2022