Auto

Het was kwart over acht en ik stond voor het raam naar buiten te kijken, naar het verkeer dat vaststond in de straat langs ons huis. Aan het einde van die straat gingen ze de A10 op. Daar stond het vermoedelijk ook vast. Heel de wijk wilde tegelijk met de auto naar zijn werk via de straat langs ons huis. Ik had een kop koffie in mijn hand en bekeek de stilstaande auto’s. Er stonden ook busjes tussen. Soms wilde een auto uit een van de zijstraatjes aansluiten in de rij. Niet alle automobilisten lieten dat zomaar toe en die blokkeerden dan de weg. Anderen waren nog ongeduldiger en reden over de betonnen rand de trambaan op en haalden iedereen die stond te wachten in en staken aan het einde van de straat hun auto er weer tussen. De mensen die dit deden, reden meestal in kleine, oude autootjes. Ik haalde nog een kop koffie. Ik had geen auto. Laatst moest ik een hele week om half negen met de trein naar Den Haag. Ik moest vaak staan in overvolle, te korte treinen. Er was nooit helemaal geen vertraging. Toen wenste ik dat ik een auto had. Nu wist ik het niet meer.

30 oktober 2014