Bibliotheek

Ik was in Engeland, op bezoek bij een jeugdvriend, en hij liet me zijn bibliotheek zien. Het was een ongelooflijk zicht, zoveel boeken bij elkaar. De complete woonkamer van zijn Engelse huisje was bibliotheek geworden. 2800 boeken stonden twee rijen dik in boekenkasten langs vier wanden. Veel ging over evolutiebiologie, paleontologie, dieren, astronomie en klimaat – mijn vriend is bioloog. Ook fantasy en sciencefiction namen een aanzienlijk deel in. Er was ook een plankje economie en maatschappij. Met een systeem van letters en cijfers waren alle boeken ingedeeld in de juiste categorieën. Mijn vriend is een echte verzamelaar.

Meer dan de helft van de boeken in zijn bibliotheek had hij nog niet gelezen. Aangezien de verzameling harder groeit dan hij kan lezen, zal dat ook zo blijven. Hij vergeleek het met de bibliotheek van Umberto Eco, de Italiaanse schrijver die aan het eind van zijn leven 50.000 boeken bezat – het grootste deel ongelezen. Dat vond hij niet erg. Iedere goede bibliotheek moest volgens hem veel ongelezen boeken bevatten, opdat we er continu aan herinnerd worden hoeveel we niet weten.

Want hoe meer je weet, hoe meer je erachter komt dat er nóg meer is dat je niet weet. En dat is goed. Onze levens worden vormgegeven door alle onbeantwoorde vragen die we hebben. Het onbekende is wat het leven mooi maakt. Ik pakte een boek uit de kast over mieren en verdiepte me een aantal minuten in de levens van deze harde werkers, de hele dag aan het sjouwen met voedsel en eitjes. Daarna wilden we naar buiten, de stad in. Mijn vriend kocht vele boeken.

11 november 2025