Gisterenochtend om 10:00 was het niet zover. De marathon van Amstelveen, die ze vanwege de datum waarop hij niet gelopen werd de Lentemarathon hebben genoemd, ging niet door. Ik verscheen niet aan de start en mijn gezin stond nergens langs de kant om mij toe te juichen. Mijn zoon verscheen niet aan de start van de Kidsrun.

Er was geen begin, midden of eind. Ik hoefde niks op te bouwen, me niet in te houden en er was geen moment dat ik er voluit voor moest gaan. Ik leverde geen uitzonderlijke prestatie, was niet vermoeid en voelde me al helemaal geen held. Ik kwam er niet achter dat mijn twee maanden voorbereiding en training eigenlijk niet genoeg waren om een volledige marathon te rennen op het tempo dat ik mezelf van te voren had opgelegd. Ik liep geen 42,2 kilometer binnen vier uur. Mijn zoon liep geen kilometer binnen zes minuten. Ik was niet trots. Ik was ook niet vermoeid of kapot.

Ik zat gisterenochtend om 10:00 in mijn pyjama op de bank, met mijn kinderen, te kijken naar Hot Wheels-filmpjes op YouTube. We probeerden te voorspellen welke speelgoedautootjes als eerste over de finish kwamen. Die gele! Nee, toch die rode! Ja, die gele! Mijn zoon won het spelletje. Hij was trots.