Een loodgieter bellen

De loodgieter kwam. Hij zag dat het slecht was en ging weer weg.

We hebben een lekkage in de badkamer. Al ruim half jaar is dat aan de gang. Eerst was het een vochtig plekje in het plafond. Toen een wat grotere vochtplek. Toen trok het weer weg en slaakten wij een zucht van verlichting.

Vals alarm.

Toen kwam de vlek weer terug.

O, nee, de vlek is weer terug, zei ik tegen Irene, toen ik van de winter mijn tanden stond te poetsen en omhoog keek. O, nee, zei Irene.

Ik ging met de bovenbuurman praten en we concludeerden dat de afvoer van zijn wastafel lek is. Die zit weggewerkt in de muur. We spraken af dat ik een loodgieter zou bellen, zodra het erger wordt.

De weken daarna werd de vlek groter en groter en bereikte de muur.

Misschien moet ik een loodgieter bellen, zei ik tegen Irene, maar ik deed niks.

De muurtegels die aan de vlek raakten, begonnen te verkleuren.

Ik ga een loodgieter bellen, zei ik, maar ik deed niks.

In april begonnen zich druppels te vormen op de vlek waar ooit de kleine vlek begon.

Ga je die loodgieter nog bellen? vroeg Irene. Ik deed niks.

In mei voelde ik druppels op mijn hoofd vallen, toen ik mijn tanden stond te poetsen.

Een week later kwam er af en toe een straaltje water uit het plafond. Als ik mijn tanden niet stond te poetsen, landde dat precies in onze wastafel, dus dat was mooi.

Er ontstonden zwarte plekken op het plafond.

Ik belde twee keer naar een loodgieter.

Die nam niet op.

Ik belde een andere loodgieter. We maakten een afspraak. Ik stuurde alvast wat foto’s en het antwoord van de loodgieter was: Oei, dat ziet er tricky uit. We gaan het zien.

De loodgieter kwam twee weken later, ging bij mijn bovenbuurman kijken, en zag dat het inderdaad tricky was. Ze moesten later terugkomen met lekdetectieapparatuur. Ze moesten gaan breken. Die wastafel moest losgebroken worden. Misschien moesten ze de grond openboren.

Zowel ik als mijn bovenbuurman vertrouwden het niet. Dit was overdreven voor een afvoerlek. De vage, racistische opmerkingen over mijn Turkse bovenbuurman die de loodgieter tegen mij maakte, hielpen ook niet het vertrouwen te winnen. We zeiden de samenwerking op.

Mijn bovenbuurman beloofde dat ze het kraantje niet meer zouden gebruiken. Ondertussen zou hij een nieuwe loodgieter bellen.

Hij deed nog niks.


Ik ben begonnen met Betering, een nieuwe blog met persoonlijke verhalen over geld. Het nieuwste bericht gaat de mythe van passief inkomen en wat een goed alternatief is.

29 mei 2020

Minecraft leren spelen

Mijn zoon heeft Minecraft ontdekt.

Minecraft is een van de meeste verslavende computerspellen ooit gemaakt, las ik ergens op internet. Minecraft is leuk, educatief en verbetert de schoolprestaties, las ik elders op hetzelfde internet.

Ik kende Minecraft wel, maar ik had het nog nooit gespeeld. Ik vroeg me af wat het doel van het spel was.

Dat blijkt er niet te zijn.

Eerst liet ik Fabian maar wat aanrommelen. Maar verder dan een hol in een rots graven, kwam hij niet. Het spel geeft ook geen uitleg als je begint. Hij raakte gefrustreerd.

Ik neem mijn vaderlijke taak serieus, dus ik googelde op mijn werk: Minecraft tutorial, en keek een uur aandachtig naar Minecraftfilmpjes. Ik leerde hoe je hout moet verzamelen en steen en hoe je daarvan gereedschap, grondstoffen en wapens kan maken. Ik leerde ook een fornuis bouwen, waarop je vlees kan klaarmaken.

Ik deelde deze informatie met Irene, zodat we allebei goed beslagen ten ijs konden komen.

Van rot vlees en een houten stok kan je een speciaal zwaard tegen zombies maken, vertelde ik haar de volgende dag. Leuk toch?

Ik had me nog wat verder ingelezen in het dossier.

Dat leek haar inderdaad handig. Ze had Fabian geholpen en hij had een houten zwaard gemaakt, maar dat was afgepakt door een zombie en toen was hij ontroostbaar.

We moeten op zoek naar een diamanten zwaard, zei ik.

Eerst een goed huis bouwen met een dak, zei Irene.

Ik zocht meteen op YouTube naar instructies. Ik vond een filmpje waarin iemand in twintig minuten een enorme houten bungalow neerzet, compleet met smaakvolle inrichting.

Ik kon niet wachten om te beginnen.

26 mei 2020

Een waterbaan in de woonkamer

Het regende, dus nu konden wij naar het strand.

We waren toch al in de buurt. We waren met zijn vieren naar Haarlem gereden om een tweedehands waterbaan op te halen. Het was zondagmiddag half twee. Wat konden we anders doen in Haarlem?

Ik reed naar het parkeerterrein tussen Zandvoort en Bloemendaal aan Zee. Mijn dochter was in slaap gevallen. Ik bleef met haar in de auto zitten, terwijl Irene en Fabian vanaf de duinen naar de tientallen kitesurfers keken. Ze kwamen terug met kibbeling en haring en frietjes voor de kinderen. We aten alles in de auto op.

Het lijkt wel vakantie, zei Fabian.

Ik keek nog een keer naar de hoge golven en reed toen naar huis.

De kinderen speelden de rest van de middag met de waterbaan in de woonkamer.

25 mei 2020

Een verkeerd verzonden e-mail

Ik kreeg gisterenavond een verkeerd verzonden e-mail. De e-mail was niet voor mij bedoeld. Tenminste, dat denk ik. Ik ken de afzender niet en ook de andere geadresseerden niet.

Het was een uitnodiging voor een bingo.

‘Hier is de nieuwe Zoomlink voor de bingo van morgenmiddag,’ las ik.

‘We hoeven niet op de tijd te letten, want er zit geen tijdsbeperking op deze sessie. We hebben er zin in!’

Ik kreeg er ook zin in.

Vroeger vond ik bingo geweldig. Ik herinner me nog levendig een bingo-avond in het activiteitenhuis in Ponypark Slagharen, toen we daar een week op vakantie waren. Ik was negen of tien. Ik won een prijs en moest die ten overstaan van honderden mensen (zo herinner ik het me althans) ophalen bij de presentator.

De zenuwen, de trots, de blijdschap, ik denk niet dat ik het ooit zal vergeten.

Wat de prijs was, weet ik niet meer.

Bingo via een videoverbinding is anders. Dan mis je dat moment dat je je prijs moet ophalen ten overstaan van alle verliezers.

Dat is nu juist het beste moment.

Ik denk niet dat ik straks inlog.

24 mei 2020

Niet meer bang voor de zolder

Ik was bij mijn vader. Het kon weer, dachten we. Mijn dochter ging ook mee. Mijn vader had roze koeken gekocht. Ik werkte in de tuin. Mijn dochter ging naar de speeltuin twintig meter verderop.

Op zolder zochten we naar oude spullen die ik op Marktplaats kan verkopen. We vonden:

We vonden nog veel meer, maar dit was al te veel om mee te nemen.

Vroeger, toen ik een paar jaar ouder was dan mijn dochter, was ik bang van de zolder. Ik had een keer een aflevering gezien van Ghostbusters, waarin ze een zolder vol met spoken te lijf gingen.

Ik geloofde niet echt in spoken, maar toch durfde ik sindsdien niet meer naar onze zolder. Ik ben er jaren niet geweest.

Dat gevoel ging maar heel langzaam weg. Pas toen ik al lang en breed volwassen was, durfde ik weer totaal onbezorgd op zolder te komen.

Toen was ik voor andere dingen bang.

3D Sculpture Puzzel

Ik ben begonnen met een nieuwe blog met persoonlijke verhalen over geld. Zoals deze 14 manieren waarop ik geld bespaar.

21 mei 2020

4 reden om nu theaterteksten te lezen

Tijdens de coronalockdown schreef ik een artikel over theaterteksten lezen. Over waarom theaterteksten net zo leuk of goed (of soms zelfs beter) zijn dan de voorstellingen die ervan gemaakt worden.

Theaterteksten zijn óók theater.

Tuurlijk mis je al die hoestende mensen om je heen, zoals mijn collega af eens beschreef.

Maar: ‘Toneelstukken lezen is als rauw koekjesdeeg eten. Het is eigenlijk niet de manier waarop je het tot je moet nemen, maar ja, het is zo verdomde lekker. En dit is waarom.’

Lees het stuk ook vooral in de papieren krant, met daarnaast vijf nieuw geschreven coronascènes van scenarioschrijvers.

18 mei 2020

Waarom ik gelukkig word door Markplaats

Straks om 10:00 komt er iemand langs om het boek Simple Smart Cooking van Julius Jaspers op te halen. Ik verkocht het aan hem voor € 10.

Hij was er erg blij mee. Onderhandelen deed hij niet.

Ik kan me nauwelijks voorstellen dat iemand blij is met het boek Simple Smart Cooking van Julius Jaspers. Ik heb er nooit iets uit gekookt. Maar straks ligt het in zijn keuken.

Ik word gelukkig van de gedachte dat het boek nu toch nog gebruikt gaat worden.

Daarom vind ik het zo leuk om spullen te verkopen via Marktplaats.

Ook mijn kookboeken van Jamie Oliver en Donna Hay worden weer gebruikt.

Een aardige vrouw rijd nu rond op mijn racefiets.

Een jonge man fietst nu rond met mijn fietscomputer.

Een andere man fietst nu rond met mijn helm.

Weer een andere man, met een vaag Duits accent, rijdt nu rond in mijn fietskleren.

Onze oude vriezer staat nu vol gehamsterd op een woonboot.

Irenes gele lamp heeft eindelijk een plek gevonden in een interieur in Amsterdam-Zuid. De Britse dame die hem kocht, stuurde er een foto van.

Irenes woordenboeken Grieks en Latijn uit 1996 liggen weer naast iemands huiswerk.

Mijn LP van PJ Harvey wordt eindelijk gedraaid.

Mijn LP van Atari Teenage Riot wordt eindelijk gedraaid.

New York-O-Poly wordt eindelijk gespeeld

De Grote Dalmuti wordt eindelijk uitgepakt en gespeeld.

Een kindje balanceert nu op onze wobbel.

Mijn platvink staat nu in Gent. Hopelijk vol met whisky.

Een oude dame in de Kinkerstraat gebruikt onze bonenmaler.

Een driejarige uit Hoofddorp zit op onze Kid-sit

Een oudere dame (die in de zorg werkt) zwoegt nu in haar vrije uren op mijn puzzel van 12.000 stukjes.

Mijn breinbrekers worden opgelost in Rottevalle.

Onze miereneterknuffel en krokodilknuffel liggen nu in Norg.

Een boek van Stephen King is naar Enschede gegaan.

Mijn drie oude verbindingsets van KPN zijn over het hele land verspreid.

Een babypop met een stoffen lijfje wordt nu gebruikt voor een cursus babymassage in Vinkeveen.

En zo liggen er nog tientallen oude spullen van ons door het hele land.

Ik ben blij met het geld dat ik er voor krijg. Maar van het idee dat alles weer nut heeft word ik minstens even blij.

16 mei 2020

Door mijn oude buurt lopen

Ik liep met een vriend in mijn oude buurt. Voor het eerst in weken was ik verder van huis dan de Albert Heijn, de Primera (waar ik al mijn Marktplaatspakketjes aflever) of een van de negen speeltuinen die populair zijn onder mijn kinderen.

Ook in mijn oude buurt had corona toegeslagen. Alle cafés waren dicht. Winkels hadden borden met instructies op de stoep gezet. Mondkapjes bepaalden het straatbeeld.

Ik keek omhoog naar het raam mijn oude huis.

Hoe zouden we daar een coronalockdown beleefd hebben?

Er is daar geen kamer om af en toe even aan het dagelijks leven te ontsnappen. Het is een oud en krakkemikkig huis.

Ik irriteerde me destijds mateloos aan de slechte afwerking. Maar ik was toen nog een huurder.

Ik ken in deze geen buurt geen enkele speeltuin op loopafstand.

We hadden toen nog geen kinderen.

We hadden een poes.

We liepen verder. We probeerden andere mensen en elkaar te ontwijken. Ze zouden de stoepen eigenlijk eenrichtingsverkeer moeten maken, zei mijn vriend. Het was druk op straat. Het was hier altijd druk op straat.

Eigenlijk was er weinig veranderd.

15 mei 2020

Het anderhalvemeter-spel

Ik leverde mijn kind in bij de deur van het kinderdagverblijf.

Ik heb soms last van hooikoorts, maar ik hield mijn hoest in.

Bij bakker moest ik buiten wachten op mijn beurt.

Bij de Primera moest ik vanaf de drempel mijn hoofd naar binnen steken en inschatten of ik de negende klant was of niet.

Ik liep met een boog om mensen met mondkapjes heen.

Ik liep over stukken tape in allerlei felle kleuren. De tape zat op stoepen en vloeren. Mijn dochter had gezien dat er overal tape op de grond zat. Plakband noemde ze het.

Dat is voor het anderhalvemeter-spel, zei ze.

Dat is voor het anderhalvemeter-spel, zei ik.

Laten we gaan spelen.

12 mei 2020

Kan ik opnieuw leren programmeren?

Ik meldde me aan voor de 5 Day Coding Challenge. Deze uitdaging begint vandaag.

Vijf dagen achter elkaar krijg ik elke dag een kleine programmeeropdracht en bijbehorende uitleg.

Als ik de opdrachten goed heb gemaakt, krijg ik vrijdag een certificaat. Wat ik daarmee kan, weet ik niet. Waarschijnlijk krijg ik een paar tientjes korting op een peperdure vervolgcursus van Code Institute.

Hoe dan ook, ik wil weer leren programmeren.

Deze mini-cursus is een kennismaking met HTML5, CCS en Javascript. Programmeertalen waarmee websites gemaakt worden. Die ken ik al een beetje, dus ik verwacht dat de cursus een makkie zal zijn.

Programmeren doe ik al heel mijn leven.

Vroeger dacht ik dat ik er later mijn brood mee zou verdienen.

Dat is niet gebeurd. Maar wat niet is kan nog komen.

Het begon allemaal met BASIC, op de Commodore 64, toen ik een jaar of 10 was. Mijn vader had er boeken over liggen. Enkele jaren later programmeerde ik mijn eigen text adventure games, spellen die alleen uit tekst op het scherm bestaan.

Op onze eerste PC verdiepte ik me nog even in Visual Basic, maar daar was weinig lol aan. Met HTML maakte ik mijn eerste, simpele webpagina’s.

Ik ging informatica studeren in Leiden. Daar kreeg ik dagelijks les in C++, een van de meest abstracte en hardcore programmeertalen die er zijn. De eindopdracht bestond uit het programmeren van een computerversie van 4 op een rij. Speler tegen computer. De belangrijkste les: recursiviteit. Ik kreeg een 7 voor de eindopdracht.

Toch besloot ik niet door te gaan met informatica. Ik wisselde van studie en ging naar Amsterdam om Noors te studeren.

Toen verdween langzaam de behoefte aan een exacte vaardigheid als programmeren uit mijn leven. Ik kreeg er allemaal onexacte vaardigheden voor terug. Taal, literatuur, muziek en later theater zouden mijn leven gaan uitmaken.

Ik maakte nog wel eens een website voor mezelf of iemand anders. Maar daar kwam de laatste vijftien jaar steeds minder programmeren bij kijken. Kant-en-klare CMS-pakketten als Drupal en WordPress maakten ook van websites bouwen een steeds minder exacte bezigheid. Uiteindelijk zat ik alleen nog maar een beetje aan de layout te pielen in CSS.

Ondertussen las ik nog wel Learn Ruby The Hard Way. Maar dat was meer vanwege de uitdagende titel, dan iets anders. Ik heb nooit enig idee gehad wat ik met kennis van een programmeertaal als Ruby moest doen.

Toch vind ik het nog altijd leuk om te programmeren. Toch lijkt het me nog altijd leuk om mijn brood te verdienen met programmeren.

Lang heb ik gedacht dat ik inmiddels te laat is. Dat ik te oud ben om daar nog helemaal aan te beginnen. Weer een ommezwaai? Van de onexacte terug naar de exacte wereld? Te laat, toch?

De laatste maanden is er iets in mijn denken daarover veranderd. Nu denk ik: wat maakt het uit? Het is nooit te laat.

Vandaag begin ik opnieuw.

11 mei 2020